Het Spaanse scharrelvarken is uniek in Europa: het is de laatste varkenssoort die nog vrij en in het wild in de natuur rondloopt. Het stamt af van de vroegere everzwijnen rond de Middellandse Zee, draagt een donkerbruine, dichte pels en heeft hoge poten en donkere hoeven.
Ze leven in beboste gebieden met eikenbomen, in beschermde natuurreservaten, en voeden zich met eikels, grassen en wortels. Na zo’n 18 maanden, bij een gewicht van 150 à 180 kg, krijgen ze de benaming de bellota — grootgebracht met eikels.
Alleen deze varkens leveren het Pata Negra-vlees, vernoemd naar hun zwarte poten. Het blinkt uit in smaak, vetmarmering en malsheid: een ware smaakexplosie die bij elke topchef op de kaart staat.


